Lente ui is een van die ingrediënten die je bijna altijd in de koelkast hebt liggen, maar soms vergeet te gebruiken. Voor je het weet, liggen de slanke groene stengels er slap en geel bij. Dat is zonde, want bosui is een veelzijdig groentje dat je bij veel gerechten kunt gebruiken. Weet je hoe je ze het beste bewaart en inzet in de keuken, dan haal je veel meer uit dit eenvoudige ingrediënt.
Hoe je bosui zo lang mogelijk vers houdt
Verse bosuitjes blijven het langst goed als je ze rechtop in een glas water in de koelkast zet. Doe er eventueel een plastic zakje losjes overheen. Ververs het water dagelijks, dan blijven de stengels knapperig en helder groen. Een andere manier is de bosui inpakken in een iets vochtig keukenpapiertje en daarna in een bewaarzakje stoppen. Zo blijven ze gemakkelijk vijf tot zeven dagen goed. Wil je ze nog langer bewaren, dan kun je ze snijden en invriezen. Diepgevroren stukjes zijn daarna nog prima te gebruiken in warme gerechten zoals soepen, wokschotels en sauzen.
De smaak en eigenschappen van bosui
Bosui heeft een mildere smaak dan gewone ui. De witte onderkant smaakt iets scherper, terwijl het groene gedeelte zachter en frisser is. Beide delen zijn eetbaar, dus je gooit niets weg. In vergelijking met bieslook zijn de stengels steviger en iets uitgesproken van smaak. Rauw geven ze een frisse bite aan een salade of wrap. Gebakken of meegekookt worden ze zacht en zoet. Dat maakt dit groentje geschikt voor zowel koude als warme bereidingen.
Gerechten waarbij bosui goed past
Veel keukens over de hele wereld gebruiken groene uitjes als smaakmaker. In de Aziatische keuken gaan ze door roerbakgerechten, ramens en gyoza. In de Nederlandse keuken worden ze vaak rauw over een stamppot of salade gestrooid. Ze zijn ook erg lekker door een omelet, door een dip op basis van kwark of zure room, of als garnering op een soepje. Zelfs op een broodje met kaas of hummus doen ze het goed. Juist doordat de smaak niet te overheersend is, werken ze in heel veel combinaties.
Zelf bosui telen op het aanrecht
Heb je de witte worteltjes nog aan je bosui zitten, dan kun je die opnieuw laten uitlopen. Zet de worteleinden gewoon in een glaasje met een laagje water op een lichte plek. Na een paar dagen groeien er nieuwe groene stengels uit. Dit kun je een paar keer herhalen voordat de plant uitgeput raakt. Het kost niets, je hebt altijd verse uitjes bij de hand en er gaat niets verloren. Kinderen vinden het ook leuk om te zien hoe snel het gaat. Wil je het serieuzer aanpakken, dan zijn bosuitjes ook makkelijk te kweken in een pot aarde op het balkon of de vensterbank.
Veelgestelde vragen
Kun je de groene toppen van bosui ook eten?
Ja, de groene toppen van bosui zijn gewoon eetbaar. Ze smaken iets milder dan de witte onderkant en zijn fris van smaak. Veel mensen gooien ze weg, maar dat is niet nodig. Je kunt ze rauw gebruiken als garnering of meebakken in een gerecht.
Wat is het verschil tussen bosui en bieslook?
Bosui en bieslook lijken op elkaar, maar zijn verschillende planten. Bieslook heeft dunnere, holle stengels en een subtielere smaak. Bosui heeft een witte bol aan de onderkant en bredere stengels met een iets uitgesproken uiensmaak. In veel recepten zijn ze uitwisselbaar, maar de textuur en smaakintensiteit zijn wel anders.
Kan ik bosui invriezen?
Je kunt bosui prima invriezen. Snij de stengels eerst in kleine stukjes en doe ze in een diepvrieszakje of bakje. Ingevroren bosui is niet meer geschikt om rauw te eten, maar werkt goed in warme gerechten zoals soep, pasta of roerbak. Je hoeft ze niet eerst te ontdooien, je gooit ze direct bevroren in de pan.
Hoe weet ik of bosui niet meer goed is?
Bosui die niet meer goed is, wordt slap, slijmerig of geel. Er kan ook een onaangename geur bij komen. Zijn alleen de buitenste laagjes een beetje droog of iets geel, dan kun je die verwijderen en de rest nog gewoon gebruiken. Bij een slijmerige structuur of sterke geur kun je de uitjes beter weggooien.


